GOMES Media

Equestrian photography | News | Media management

Opinie

Column: verwelkom ook eens andere juryleden

Het meest besproken onderwerp in de dressuur zijn nog altijd de juryleden. De dressuur kan immers niet zonder ze. Het blijft een vreemd wereldje waar we soms weinig vanaf weten. Zo ook het feit dat sommige juryleden iedere week op concours te vinden zijn, terwijl de anderen nooit worden uitgenodigd. Hoe kan dat toch? Het zou daarom goed zijn om ook eens juryleden uit te nodigen die toch minder vaak in Europa te vinden zijn. Hoewel de meningen uiteen liggen, is het toch goed om het er nogmaals eens over te hebben.

Tijdens de internationale wedstrijd in Guadalajara sprak ik met een aantal juryleden. Ze hebben een hoge FEI status en worden geprezen om hun vakkundigheid. Toch zijn ze niet vaak of zelfs nooit te vinden in Europa. Om een voorbeeld te noemen: er worden zelden Amerikaanse juryleden uitgenodigd in Europa, enkel de 5* juryleden en hier en daar soms een 4* jurylid. Dit geldt hetzelfde voor juryleden uit Argentinië, Peru, Mexico, Brazilië en Chili. Verder kijk ik ook naar de Aziatische, Afrikaanse en Pacific landen, waar toch een hoop goede internationale juryleden zitten. Wat je ziet is dat er soms in Portugese of Spaanse landen een jurylid uit Centraal of Zuid-Amerika wordt uitgenodigd. Toch kiezen ze in Europa nog altijd voor de juryleden uit de omringende landen. Neem Nederland als ander voorbeeld. We zien om eerlijk te zijn veel dezelfde gezichten. De juryleden die we zien zijn zeer ervaren en heel vakkundig, dat is wat zeker is, maar toch zien we ze wel steeds. Daardoor weten zij wat jouw maximum is en weet jij als ruiter wat het jurylid voor punten geeft. Hier gaat de sport toch aan onderdoor?

Ik denk met invloed van juryleden van buitenaf, dus buiten Europa of lager ontwikkelde landen, dat je elkaar als ruiter en als jurylid niet in de weg gaat zitten. Met steeds dezelfde juryleden wordt een wedstrijd ook minder interessant. Laatste hoorde ik een jurylid tegen een ruiter zeggen: ‘ik vond dat je er vorige keer veel beter aan reed’. Dat roept bij mij vraagtekens op. Namelijk: wat doet de vorige wedstrijd ertoe? Als jurylid beoordeel je op wat je hier ziet en wat er in de toekomst beter moet. Al om die reden ga je elkaar in de weg lopen.

Voor juryleden buiten Europa is het ook goed om hun kennis te verbreden en andere combinaties te zien. Hierdoor kunnen zij zichzelf ook ontwikkelen en krijgen meer juryleden de kans om te jureren. Een jurylid met minder juryervaring wil niet zeggen dat het minder goed is dan een jurylid dat iedere week op concours te vinden is. Door ze meer kansen te bieden in bijvoorbeeld Europa kunnen ze zichzelf ook meer ontwikkelen. Juryleden moeten immers een bijscholing van de FEI volgen om up-to-date te blijven, een zogenaamde Refresher Seminar zoals dat heet.

Maar waarom worden ze dan niet uitgenodigd en zit het ene jurylid ergens op de wereld en de ander niet? Een van de oorzaken is natuurlijk het geld. Een vliegticket van Melbourne naar Amsterdam, kost ook net iets meer dan een vliegticket van Madrid naar Boedapest. Een organisatie probeert hier altijd op te besparen. Toch denk ik dat het winstgevend kan zijn om ze juist uit te nodigen. Een andere oorzaak is het vriendjesbelang. Ik denk dat dat geen verdere toelichting nodig heeft.

Een 2* jurylid (dit zijn juryleden uit lager ontwikkelde landen die tot internationaal lichte tour mogen jureren) krijgt bijna nooit een uitnodiging. Simpelweg omdat het (nog) geen Grand Prix mag jureren, terwijl ze wel heel goed kunnen functioneren in de lichte tour- en jeugdrubrieken. Ditzelfde geldt voor 3* juryleden, wel bekend als de instapjuryleden. 3* is de instap om internationaal Grand Prix te jureren, hierna kunnen ze zich ontwikkelen tot 4* en uiteindelijk 5*. Ook zij dienen meer uitgenodigd te worden om meer ervaring op te doen. De ‘onervaren’ juryleden dienen dan meer te worden bijgestaan door de schoolmasters, zoals de mensen met 5* status.

In de landen buiten Europa zoals de Verenigde Staten, Zuid-Afrika, Brazilië, Mexico, Nieuw-Zeeland en Australië, zijn ze aangewezen op Europese juryleden, omdat daar de meesten zitten. Zij moeten dus ook die dure vliegticket betalen, dus waarom in Europa niet?

Daarom vraag ik mij af waarom het nog altijd zo gaat. Laten we ook eens juryleden uit andere landen uitnodigen. Hierdoor krijgt zowel ruiter als jurylid een beter beeld en zal dit de dressuursport goed doen. Daarnaast is het ook goed voor de globalisering, iets wat ikzelf heel belangrijk vind. Het lijkt mij een idee dat de FEI een of twee juryleden aanwijst, waar de organisatie geen invloed op heeft. Dit kunnen dus willekeurige juryleden zijn van over de hele wereld. Zo komen ook niet steeds dezelfde juryleden naar de zelfde wedstrijden, waar ik weer terugkom op het vriendjesbelang. Hierdoor krijgen ook andere juryleden de kans en de ruimte zich te ontwikkelen.

Geconcludeerd denk ik dat het de sport goed zal doen om meer variatie te krijgen in de juryleden op internationale wedstrijden, dat punt heb ik wel duidelijk gemaakt. Hoewel het een investering moet zijn voor een organisatie, weet ik zeker dat dit voor een positief resultaat zal zorgen voor zowel ruiters, de juryleden zelf als de organisatie. En laten we dan dat vriendjesbelang aan de kant schuiven en iedereen een eerlijke kans geven.


Koen Gomes

LEAVE A RESPONSE

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Koen is allround in media. Hij is fotograaf en journalist en schrijft alle artikelen voor de website. Al jaren is hij bevlogen in de internationale paardensportwereld en reist hiervoor de hele wereld over. Hij studeert mediamanagement en heeft daarvoor inmiddels zijn eerste voetstappen in de Nederlandse televisiebranche gezet.
Translate
nl_NLNederlands
en_USEnglish nl_NLNederlands